Actueel: vervaltermijnen in contracten met consumenten zijn volgens het Gerechtshof Amsterdam niet langer houdbaar

Geplaatst op 19 feb 2025 Actueel: vervaltermijnen in contracten met consumenten zijn volgens het Gerechtshof Amsterdam niet langer houdbaar

Uitspraak Hof Amsterdam 17 december 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3490)

Zoals bekend bevatten de meest gebruikte algemene voorwaarden in de bouw – de AVA en de UAV – termijnen van 5 en maximaal 10 jaar voor aansprakelijkheid voor (ernstige) verborgen gebreken. Het vervalbeding na 5 jaar opgenomen in artikel 16.3 van de AVA 2013 is in een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2024 onredelijk bezwarend geacht en moet daarom jegens consumenten buiten toepassing worden gelaten. De vervalbedingen van aansprakelijkheid in de AVA 2013 (ook versie 2023 voor consumenten), de UAV 2012 en wellicht ook in de DNR 2011 staan hiermee op de tocht in de gevallen dat de opdrachtgever consument is.  

In de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (AVA 2013) is de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering geregeld in artikel 16.3. Bij een verborgen gebrek dat in de onderhoudstermijn is opgetreden als gevolg van een omstandigheid die is toe te rekenen aan de aannemer, verloopt de vervaltermijn na twee jaar. Bij een verborgen gebrek dat na de onderhoudstermijn is opgetreden als gevolg van een omstandigheid die toe te rekenen is aan de aannemer, verloopt de vervaltermijn na vijf jaar. Als dit laatstgenoemde gebrek een ernstig gebrek is, dan verloopt de vervaltermijn na tien jaar. Alles te rekenen vanaf einde onderhoudstermijn.

In de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (UAV 2012) is eenzelfde bepaling opgenomen in paragraaf 12. De genoemde tweejaarstermijn is daar niet in opgenomen. Wel de termijnen van 5 resp. 10 jaar waarna de aansprakelijkheid van de aannemer is vervallen.

Deze termijnen zijn vervaltermijnen, hetgeen betekent dat binnen de genoemde termijnen een rechtsvordering moet zijn ingesteld om aanspraak te maken op schadevergoeding of herstel van het verborgen gebrek. Deze termijnen zijn niet te verlengen.  

In de casus van deze procedure zijn de AVA 2013, op voorstel nota bene van de consument-opdrachtgever, van toepassing verklaard op de aannemingsovereenkomst voor het bouwen van een vrijstaande woning. De woning is opgeleverd zonder vermelding van gebreken. Nadat de onderhoudstermijn was verlopen, zijn diverse gebreken geconstateerd. Na de aannemer meerdere keren tevergeefs in gebreke te hebben gesteld, vorderde de consument-opdrachtgever schadevergoeding ter hoogte van € 208.039,55. De rechtbank heeft in eerste instantie de vordering van de opdrachtgever afgewezen vanwege een geslaagd beroep door de aannemer op de vervaltermijn van vijf jaar van artikel 16.3 lid 4 AVA 2013. De vordering van de opdrachtgever was te laat – na het verstrijken van de 5 jaar – ingesteld.

De opdrachtgever ging in hoger beroep. Daarin heeft het Gerechtshof Amsterdam op 17 december 2024 uitspraak gedaan. Het hof volgt het oordeel van de rechtbank over het beroep op de verstreken vervaltermijn van 5 jaar niet. Het hof oordeelt dat het vervalbeding uit de AVA 2013 jegens consumenten onredelijk bezwarend is. Het hof vergelijkt de aansprakelijkheid en termijnen zoals die in het Burgerlijk Wetboek staan opgenomen met de termijnen in de AVA 2013. Het hof komt tot de conclusie dat de AVA 2013 op dit punt – het vervalbeding van 5 jaar – veel nadeliger zijn dan het Burgerlijk Wetboek. Consumenten komen daardoor “in een aanzienlijk slechtere positie” te verkeren en het evenwicht tussen de consument-opdrachtgever en de aannemer wordt “aanzienlijk” verstoord. Het beding geldt daarom als “onredelijk bezwarend en oneerlijk”. De aannemer kan op de vervaltermijn van in casu 5 jaar geen beroep doen. Hij blijft daarom ook na die 5 jaar gewoon aansprakelijk volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek.

Dat het beding ook in andere algemene voorwaarden staat die in samenspraak met belangenorganisaties voor consumenten zijn opgesteld, doet niets af aan het oordeel van het hof. Deze omstandigheid zegt namelijk niets over de (on)eerlijkheid van een concreet beding in een individueel geval. De toetsing daarvan is aan de rechter.

In dit geval heeft de consument-opdrachtgever zélf de AVA 2013 voorgesteld bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst. Volgens het hof kan deze omstandigheid relevant zijn bij de beoordeling of het beding al dan niet onredelijk bezwarend is, maar dit legt in dit geval onvoldoende gewicht in de schaal. Niet kan worden vastgesteld of de consument-opdrachtgever op de hoogte was van de verstrekkende gevolgen van het vervalbeding voor zijn rechten toen hij de AVA 2013 voorstelde.  

In dit geval komt het voorstel van de opdrachtgever desondanks toch voor rekening en risico van de aannemer en kan deze geen beroep doen op het vervalbeding. Als de aannemer zelf de UAV 2012 of AVA 2013 (en ook de AVA 2023 voor consumenten) voorstelt, zijn de bepalingen inzake de vervaltermijnen vanuit het consumentenrecht, in het licht van deze uitspraak en in de vergelijking met de wettelijke regeling, mogelijk inderdaad vernietigbaar. Maar wat als de consument-opdrachtgever effectief zelf de AVA 2013/2023 of de UAV 2012 contractueel voorschrijft? Dus niet slechts als suggestie voorstelt, maar concreet bijvoorbeeld in een concept aannemingsovereenkomst of in een bestek voorschrijft. Het lijkt vreemd dat de aannemer dan toch geen beroep op zo’n – voorgeschreven – vervalbeding kan doen.

Ook de vervaltermijnen opgenomen in artikel 16 van De Nieuwe Regeling 2011 (DNR 2011) zijn vergelijkbaar met die van de UAV 2012 en de AVA. In hoeverre kan rechtsbescherming voor consumenten zich ook uitstrekken tot bepalingen in de DNR 2011? Wellicht dat deze aansprakelijkheidsbeperkende regeling voor architecten, ingenieurs en adviseurs dan ook moet sneuvelen.

Conclusie: het vervalbeding in de aansprakelijkheidstermijnen in de UAV 2012, de AVA 2013/2023 Consumenten en wellicht ook in de DNR 2011 staat in elk geval op de tocht in de gevallen dat de opdrachtgever consument is. Onderzocht moet worden in hoeverre deze uitspraak ook doorwerkt naar andere categorieën bouw voor consumenten.

Mocht u meer willen weten over de aansprakelijkheid, termijnen en toepasselijkheid van het vervalbeding in de aannemingsovereenkomst, neem dan vrijblijvend contact op met Wim Heijltjes (via heijltjes@heijltjes.nl) of met Donnée Dijkshoorn (via dijkshoorn@heijltjes.nl).

Terug naar het nieuwsoverzicht