Veiligheidsmaatregelen; de lat ligt (net) te hoog

Geplaatst op 17 sep 2019 Veiligheidsmaatregelen; de lat ligt (net) te hoog

De aannemer die dacht alle mogelijke maatregelen te hebben genomen voor de veiligheid van het winkelend publiek in het winkelcentrum dat door hem werd verbouwd, kwam bedrogen uit. De lat bleek nog net iets hoger te liggen. Een gevallen vrouw stelde de aannemer met succes aansprakelijk.

In het winkelcentrum werd onder meer het vloertegelwerk vernieuwd. Om schade aan het net gelegde tegelwerk te voorkomen waren in het midden van het gangpad hekken neergezet. Die hekken waren voorzien van een waarschuwingslint en stonden al een week of twee in het winkelcentrum. Aan weerszijden van de hekken was ruimte open gelaten, waardoor de winkels wel bereikbaar bleven voor het winkelende publiek. Omdat ook het winkelende publiek schade aan zou kunnen richten aan het pas vervangen tegelwerk waren op de looproute aan weerszijden van de hekken, vurenhouten vloerplaten neergelegd.

Een regelmatige bezoekster van het winkelcentrum struikelde met ernstig en blijvend elleboog-, arm- en handletsel als gevolg. Zij stelde zowel de eigenaar van het winkelcentrum als de aannemer aansprakelijk. Haar val zou zijn veroorzaakt doordat de plaat aan de kant waar zij erop stapte iets omhoog kwam van de vloer toen iemand anders aan de andere zijde op die plaat stapte, waardoor zij er toen met haar voet tegenaan stootte.

Het gerechtshof overwoog in hoger beroep dat aannemelijk was dat de vrouw inderdaad over de rand van de plaat was gestruikeld. De vraag was vervolgens of de aannemer voldoende maatregelen had genomen om dat te voorkomen.

Het hof toetste aan de al in 1966 door de Hoge Raad in het Kelderluikarrest geformuleerde criteria, (HR 5 november 1965, NJ 1966,136). Deze houden in:

  • Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid worden geacht?
  • Hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen staan?
  • Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
  • Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

De vloerplaten waren 1,8 centimeter dik. Volgens de aannemer is een opstaande rand van 1,8 centimeter te gering om gevaarlijk te zijn, zodat daar niet specifiek voor hoefde te worden gewaarschuwd. De aannemer voerde ook aan dat een waarschuwing specifiek gericht op dat geringe hoogteverschil ook achterwege kon blijven omdat het winkelend publiek bij de ingangen van het winkelcentrum al attent was gemaakt op de bouwwerkzaamheden in het winkelcentrum. Dat werkzaamheden werden uitgevoerd bleek ook uit de aanwezigheid van steigers, borden en hekken met waarschuwingslinten. Het publiek moest daarom al bedacht zijn op een verminderde toegankelijkheid en obstakels, die noopten tot oplettendheid en voorzichtigheid. De aannemer merkte gevat op dat een waarschuwing, specifiek gericht op de opstaande rand, geen zin zou hebben gehad, als de vrouw zelfs de hekken, linten en borden niet heeft gezien.

Het hof overwoog dat het publiek in een overdekt winkelcentrum in het algemeen geen aandacht zal hebben voor waar men loopt maar veeleer voor de (etalages van de) winkels. Een beroep van de aannemer op de voor buiten geldende norm van kennisplatform CROW (hoger dan 3 cm) en de norm uit het Bouwbesluit (hoger dan 2 cm) ging om die reden ook niet op.

Volgens het hof mag van een verbouwend aannemer worden verlangd dat zij een of meer eenvoudige en nauwelijks kosten vergende maatregelen had getroffen, waarbij te denken valt aan een waarschuwingsbord met “pas op: opstap” of het afschuinen van de opstand. De aannemer heeft dit echter maar in zeer geringe vorm gedaan, zodat hij daardoor jegens de vrouw onrechtmatig heeft gehandeld, aldus het hof.

Gelukkig voor de aannemer werd er in dit geval ook gekeken naar de eigen schuld van de gevallen vrouw (art. 6:101 BW). Het hof oordeelt dat zij extra oplettend had moeten zijn, omdat zij regelmatig in het winkelcentrum kwam en wist van de verbouwing. Bovendien heeft de aannemer wel enige vorm van waarschuwing betracht en was de bouwplaat maar 1,8 centimeter hoog, waardoor er voornamelijk sprake is van erg veel pech.

De vergoedingsplicht van de aannemer is dan ook verminderd door de schade in evenredigheid te verdelen met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Dit betekent dat de aannemer een percentage van 25% van de schade moest vergoeden. De overige 75 % bleef voor rekening van de vrouw.

Conclusies: 1.) Veiligheidsmaatregelen kun je nooit teveel nemen, 2.) Achteraf is het makkelijk oordelen.

Voor de volledige uitspraak zie: ECLI:NL:GHARL:2019:6257.

Heeft u ook vragen over aansprakelijkheid of het voorkomen daarvan? Bel mij gerust

Peter Verstegen

024-3816695

Terug naar het nieuwsoverzicht