Retentierecht op een raket; onderaannemer kan naar de maan lopen

Geplaatst op 09 jul 2019 Retentierecht op een raket; onderaannemer kan naar de maan lopen

Het plan om een Ariane 6 raket de ruimte in te sturen kan tóch spoedig door gaan. De onderdelen voor die raket, waarop een Nederlands bedrijf het retentierecht uitoefende, moeten op last van de Rechtbank Overijssel worden ingeleverd bij Airbus.

Casus: Airbus dat o.a. onderdelen voor de lancering van satellieten ontwerpt en bouwt, had de productie van enkele raketonderdelen uitbesteed aan het Nederlandse Spacetec B.V., dat die onderdelen op haar beurt deels liet produceren door haar twee bedrijven die tot hetzelfde concern behoren; PM cs. Tussen Airbus en Spacetec ontstond discussie over de verschuldigdheid van meerwerkfacturen. Spacetec had echter een zwakke onderhandelingspositie omdat zij contractueel afstand had gedaan van de bevoegdheid om het retentierecht uit te oefenen. Zij kon dus niet dreigen om de onderdelen niet af te geven als zij niet zou worden betaald.

PM cs, die een groot deel van het werk uitvoerden en formeel onderaannemer zijn van Spacetec, werden ook niet betaald. Zij (PM cs) hadden niet bij overeenkomst afstand gedaan van het retentierecht (er waren zelfs helemaal geen schriftelijke overeenkomsten). Zij beriepen zich dus jegens Spacetec op het retentierecht wegens het onbetaald blijven van hun vorderingen. Het bijzondere van het retentierecht is dat derden, in casu Airbus, het recht moeten respecteren, zelfs als die derde een ouder recht (in dit geval op levering) heeft. Airbus kreeg de onderdelen dus niet en liet daarop beslag leggen onder PM cs in Hengelo en Dedemsvaart. Maar omdat zij daarmee de onderdelen nog niet terug had, terwijl haar opdrachtgever ArianeGroup hoge boetes had gezet op te late levering in verband met de geplande lancering, vorderde Airbus in Kort Geding van PM cs. opheffing van het retentierecht.

De rechtbank overwoog dat het feit dat in de overeenkomst tussen Airbus en Spacetec is bepaald dat Spacetec geen beroep kan doen op een retentierecht niet met zich meebrengt dat PM cs. ook geen beroep kunnen doen op het retentierecht. Met andere woorden; het retentierechtverbod in een aannemingsovereenkomst werkt niet automatisch door in een onderaannemingsovereenkomst. De waarde van de terugehouden zaak speelt daarbij in beginsel geen rol.

Er speelde echter meer. In de overeenkomst tussen Airbus en Spacetec was vastgelegd dat derden niet zonder toestemming van Airbus mochten worden ingeschakeld. Dat had Spacetec wel gedaan door PM c.s.zonder toestemming van Spacetec in te schakelen. Volgens de rechter was de bepaling echter bedoeld als een verbod op contractsovername en niet bedoeld om onderaanneming te verbieden en wist Spacetec ook wel dat PM cs ook betrokken waren bij de productie.

Oordeel: Het beroep op een retentierecht is desalniettemin afgewezen, omdat het uitoefenen van het retentierecht volgens de rechter “onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is”. Met “de gegeven omstandigheden” wordt verwezen naar de kennis van personen die zowel bij Spacetec als PM cs betrokken waren over het uitdrukkelijk afstand doen van het retentierecht door Spacetec. Daarnaast woog de rechtbank mee dat de belangen van de ArianeGroup in belangrijke mate geschaad zouden worden bij uitoefening van het retentierecht en dat Spacetec/PM cs al een half jaar wisten dat Airbus meerkosten betwistte maar desondanks nog geen procedure hadden opgestart en dat Airbus voldoende verhaal biedt.

Conclusie: Het opnemen van zowel een bepaling waarbij de opdrachtnemer afstand doet van het retentierecht áls een verbod op uitbesteding aan derden is volgens de rechter onvoldoende om het retentierecht aan een onderaannemer te ontzeggen. Dit zet de (achter)deur open voor constructies waarbij een (project)BV contractueel afstand doet van het retentierecht maar het retentierecht vervolgens toch wordt uitgeoefend door een gelieerde partij. In dit geval ging die vlieger (of raket) echter niet op omdat de rechtbank die constructie doorzag.

Voor de volledige uitspraak zie ECLI:NL:RBOVE:2019:2222. Voor vragen over de gevallen waarin het retentierecht kan worden uitgeoefend en hoe dat moet kunt u mij bellen 06-20411494 of mailen: verstegen@heijltjes.nl.

Peter Verstegen 

Terug naar het nieuwsoverzicht