In beton gegoten?

Geplaatst op 22 feb 2018 In beton gegoten?

Een leverancier van goederen levert zijn spullen vaak met eigendomsvoorbehoud. Zolang de spullen niet zijn betaald, blijft hij eigenaar. Gaat de klant failliet dan kan hij zijn spullen opeisen bij de curator, want hij is eigenaar gebleven. Dat een levering onder eigendomsvoorbehoud echter niet altijd de gewenste zekerheid biedt is al meerdere malen gebleken.

Recentelijk heeft ook het hof 's-Hertogenbosch zich uitgesproken over een levering onder eigendomsvoorbehoud. Ook nu blijkt weer dat een levering onder eigendomsvoorbehoud niet altijd kan voorkomen dat de leverancier met lege handen staat. Ondanks dat het eigendomsvoorbehoud nog wel in beton is gegoten.

De casus

Opdrachtgever sluit met hoofdaannemer een aannemingsovereenkomst voor het realiseren van een bedrijfsgebouw. Voor de levering van de betonwapening van de vloer wordt (door de hoofdaannemer) een aannemingsovereenkomst gesloten met een onderaannemer. Voor het storten van het beton wordt een overeenkomst gesloten met een andere onderaannemer.

In maart 2014 wordt door de onderaannemer de overeengekomen betonwapening aangebracht. De dag nadat de werkzaamheden gereed waren, maar nog voor dat de aanneemsom was voldaan, ging de hoofdaannemer failliet. Als gevolg van het faillissement heeft het storten van het beton niet plaatsgevonden. Uiteindelijk is enkele dagen later in opdracht en voor rekening van de opdrachtgever alsnog het beton voor de vloer gestort.

Doordat de opdrachtgever het beton heeft laten storten kon de onderaannemer zich jegens de curator, van de gefailleerde hoofdaannemer, niet meer beroepen op het eigendomsvoorbehoud. De wapening werd door het storten van het beton immers bestanddeel van de vloer en daarmee van het bedrijfsgebouw. Hiermee ging het eigendomsvoorbehoud verloren.

In een procedure bij de rechtbank vordert de onderaannemer schadevergoeding van opdrachtgever, omdat hij door het faillissement van de hoofdaannemer niet meer betaald heeft gekregen.

De kantonrechter wees de vordering van de onderaannemer toe omdat de opdrachtgever door het (laten) storten van beton over de wapening zich de wapening heeft toegeëigend. Hiermee heeft opdrachtgever op onrechtmatige wijze inbreuk gemaakt op het eigendom van de onderaannemer, zegt de kantonrechter.

Oordeel van het hof

Het hof oordeelde hier echter anders over. Vast stond dat het aanbrengen van de wapening reeds voor datum faillissement was voltooid en dat de wapening was aangebracht op de daartoe bestemde plaats in de vloer van het bedrijfsgebouw. Hierdoor was de wapening bestemd om “duurzaam ter plaatse te blijven” als onderdeel van de vloer. De wapening werd daarmee bestanddeel van het bedrijfsgebouw in aanbouw, stelt het hof.   

Aangezien de eigenaar van de grond ook de eigenaar van de duurzaam met de grond verenigde gebouwen is, verkreeg opdrachtgever ook de eigendom van de betonwapening.

Daarnaast was er, aldus het hof, geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking van de opdrachtgever. Immers had opdrachtgever wel aan de hoofdaannemer betaald. Waardoor opdrachtgever niet ongerechtvaardigd is verrijkt.  

 Conclusie

Het overeengekomen eigendomsvoorbehoud bleek niet “hard” genoeg te zijn.
Het voorgaande illustreert nogmaals dat het vestigen van een eigendomsvoorbehoud niet altijd het verlies van het eigendom kan voorkomen.

Heeft u vragen over leveringen onder eigendomsvoorbehoud of andere vragen op het gebied van faillissementsrecht, aarzel dan niet om contact op te nemen met mr. Jordi Rutgers of één van zijn collega’s bij Heijltjes Advocaten.

T 024-322 22 55
rutgers@heijltjes.nl

Terug naar het nieuwsoverzicht